ZAANDAM - Gemeentelijke handhavers hebben steeds vaker te maken met verbaal en fysiek geweld. Afgelopen donderdag nog werd een 56-jarige boa (bijzondere opsporingsambtenaar) in Zaandijk van achteren aangevallen door twee mannen en mishandeld. ‘Onacceptabel’, aldus waarnemend burgemeester Ruud Vreeman. ‘Je moet met je poten van onze handhavers afblijven. Burgers hebben zich correct te gedragen tegen deze mensen die een belangrijke publieke taak uitvoeren.’

Vreeman ging dinsdag in gesprek met de boa’s van Straattoezicht om te horen wat zij op straat meemaken. ‘Dan hoor je het verhaal van iemand die maanden thuis heeft gezeten nadat hij was aangevallen en een hersenkneuzing had opgelopen, of van een boa die al weken met gekneusde ribben rondloopt. Maar wat ook opvalt, is dat ze veel verbaal geweld al zo normaal zijn gaan vinden, dat ze het niet meer melden. Dat kan niet de bedoeling zijn. Als burgemeester vind ik dat ze van alle gevallen melding moeten maken of aangifte moeten doen.’

Agressie-app

Handhavers kunnen via een agressie-app melden wanneer ze te maken hebben gehad met fysiek of verbaal geweld. In 2016 zijn inmiddels 145 meldingen gedaan, waarvan vijftig van fysiek geweld. Een toename: in het eerste jaar dat de app werd gebruikt, was sprake zo’n honderd meldingen, waarvan ruim twintig van fysiek geweld. ‘Het wordt erger, dat is ook wat de handhavers mij vertelden. Dat moet worden teruggedrongen’, zegt Vreeman. ‘Ik ga daarom met de politie en het OM praten om te kijken hoe we hier nog scherper tegen kunnen optreden.’

'Overschrijden van grenzen pikken we niet'

Vreeman benadrukt dat de Zaanse handhavers tegen een stootje kunnen. ‘Ze zijn professioneel, goed opgeleid, niet kinderachtig en staan stevig in hun schoenen. Ze kunnen heel goed omgaan met mensen die even stoom moeten afblazen omdat ze een bekeuring krijgen. Dat snappen ze, het is nooit leuk om een bekeuring te krijgen. Maar daarna moet het afgelopen zijn. Als je doorgaat met beledigen, schelden, bedreigen, of handhavers gaat aanraken, dan ga je een grens over. En laat het duidelijk zijn: dat pikken we niet.’