De Europese natuurherstelverordening treedt dit jaar in een beslissende fase. Lidstaten, waaronder Nederland, moeten in 2026 hun nationale herstelplannen indienen bij de Europese Commissie. Voor gemeenten betekent dit dat abstract Brusselse beleid nu vertaald moet worden naar concrete maatregelen in wijken en straten.

De verordening, die de Raad van de EU in juni 2024 formeel aannam, bevat een opvallende bepaling over stadsgroen. Elke lidstaat moet garanderen dat het totale areaal stedelijk groen en het kroonoppervlak van bomen vanaf eind 2030 niet meer afneemt, en daarna zelfs toeneemt. Voor een verstedelijkte regio als de Zaanstreek, waar woningbouw en bedrijvigheid druk leggen op de beschikbare ruimte, is dat een concrete opdracht.

Die opdracht raakt niet alleen aan vierkante meters grasveld. Het gaat steeds vaker om de kwaliteit en functionaliteit van groen in de gebouwde omgeving. Concepten als biophilic design bij Donker Design laten zien hoe natuur structureel verweven kan worden met architectuur en openbare ruimte. Dat soort integrale benaderingen sluit direct aan op wat de verordening beoogt.

Wat de verordening precies vraagt

De Europese natuurherstelverordening (Regulation (EU) 2024/1991) stelt dat lidstaten uiterlijk twee jaar na inwerkingtreding hun nationale herstelplannen moeten voorleggen. Aangezien de wet op 18 augustus 2024 van kracht werd, valt die deadline in augustus 2026. In die plannen moet Nederland aangeven hoe het verslechterde ecosystemen herstelt, inclusief in stedelijke gebieden.

Een van de meest tastbare verplichtingen staat in artikel 8 van de verordening. Dat artikel schrijft voor dat er per 2030 geen nettoverlies mag zijn van stedelijk groen en stedelijke boombedekking, gemeten op nationaal niveau. De volledige wettekst op EUR-Lex specificeert bovendien dat het areaal na 2030 gestaag moet groeien.

Nederland staat voor de taak om deze Europese doelen te vertalen naar uitvoerbaar beleid voor gemeenten. Het bestaande kader rond klimaatadaptatie op Rijksoverheid.nl biedt al een basis, maar de natuurherstelwet voegt juridisch bindende doelstellingen toe die verder gaan dan eerder vrijblijvende ambities.

Druk op ruimte in de Zaanstreek neemt toe

In de regio Zaandam is de spanning tussen bouwambities en groenvoorziening al langer voelbaar. De gemeente Zaanstad heeft de afgelopen jaren flink ingezet op woningbouw om aan de regionale vraag te voldoen. Dat gaat soms ten koste van bestaand groen, precies het soort verlies dat de verordening wil stoppen.

De verplichting om stedelijk groen op peil te houden dwingt gemeenten om bij elk ruimtelijk plan compensatie of vergroening mee te nemen. Denk aan groene daken, wadi's, extra straatbomen of natuurlijk ingerichte speelplekken. Groen als sluitpost in een bestemmingsplan is straks juridisch niet meer houdbaar.

Tegelijk biedt de verordening ook kansen. Gemeenten die investeren in klimaatbestendig groen kunnen aanspraak maken op Europese en nationale financiering. Meer functioneel groen in de stad levert bovendien meetbare voordelen op, van minder hittestress tot betere waterberging.

Van papieren verplichting naar groen straatbeeld

De crux zit in de uitvoering. Gemeenten beschikken niet altijd over de ecologische kennis die nodig is om groen functioneel en biodivers aan te leggen. Onderhoud van ecologisch groen vraagt andere expertise dan het periodiek maaien van gazons of snoeien van heesters.

Steeds meer gemeenten schakelen daarom integrale groenbedrijven in die het volledige traject begeleiden, van ontwerp tot langjarig ecologisch beheer. Donker Groep, met circa 850 medewerkers en 26 vestigingen in Nederland en België, is een van de grotere spelers die gemeenten ondersteunt bij natuurinclusief groenbeheer. Hun aanpak combineert landschapsarchitectuur met principes uit biophilic design en ecologisch onderhoud, wat aansluit bij de eisen van de nieuwe verordening.

Voor bewoners van de Zaanstreek kan het effect op termijn zichtbaar worden in het straatbeeld. Meer gevarieerde beplanting, meer ruimte voor water en natuur in de wijk, gebouwen waarin groen vanaf het eerste ontwerp een rol speelt. Biophilic design is dan geen abstract concept meer, maar een herkenbaar onderdeel van de dagelijkse leefomgeving. Hoe snel dat in Zaandam merkbaar wordt, hangt af van de keuzes die de gemeente de komende jaren maakt bij het invullen van de Europese verplichtingen.