Wie begint met gitaar spelen, denkt vaak dat er een lange weg te gaan is voordat je een echt liedje kunt spelen. Dat valt mee. Met maar drie akkoorden speel je al tientallen bekende nummers. Hoe kan dat?

Waarom drie akkoorden genoeg zijn

De meeste popsongs zijn opgebouwd uit een klein aantal akkoorden. In veel liedjes zijn dat er drie of vier. Die akkoorden horen bij elkaar omdat ze in dezelfde toonsoort liggen. Een liedje in de toonsoort G gebruikt vaak de akkoorden G, C en D. Een liedje in D gebruikt vaak D, G en A.

Ken je die drie akkoorden, dan kun je dus een groot deel van de popmuziek al meespelen. Het enige wat verschilt per liedje, is de volgorde en het ritme.

De drie akkoorden om mee te beginnen

Voor beginners zijn G, C en D de beste akkoorden om mee te starten. Ze zijn relatief makkelijk te pakken en ze klinken direct vol.

• G-akkoord: gebruikt alle zes snaren. Je hebt drie of vier vingers nodig, afhankelijk van de greep.

• C-akkoord: je speelt vijf snaren. De lage E-snaar sla je over.

• D-akkoord: je speelt alleen de vier dunste snaren. Het is een klein akkoord, maar klinkt helder.

Voeg daarna het Em-akkoord toe. Dat is een van de makkelijkste akkoorden op de gitaar, met maar twee vingers. Met G, C, D en Em speel je nog veel meer liedjes.

Bekende liedjes met drie akkoorden

Een paar voorbeelden van nummers die je met drie akkoorden kunt spelen:

• Sweet Home Alabama van Lynyrd Skynyrd, met D, C en G. Het hele nummer draait om die drie akkoorden in dezelfde volgorde.

• Ring of Fire van Johnny Cash, met G, C en D. Een rustig tempo, dus goed om wisselen te oefenen.

• Bad Moon Rising van Creedence Clearwater Revival, met D, A en G. Hiervoor leer je er het A-akkoord bij.

• La Bamba, met C, F en G. Lastiger door het F-akkoord, maar een mooi doel voor later.

Gitaardocent Aart Lameris uit Kampen heeft een uitgebreid overzicht gemaakt van gitaar liedjes met 3 akkoorden, met uitleg per liedje.

Akkoorden wisselen: de echte uitdaging

Een akkoord pakken is één ding. Snel wisselen tussen akkoorden is het lastige deel. Daar haken veel beginners op af. Een paar tips:

• Oefen steeds twee akkoorden tegelijk. Bijvoorbeeld van G naar C en terug, een minuut lang.

• Kijk welke vingers op dezelfde plek blijven of maar een klein stukje hoeven te bewegen.

• Speel eerst langzaam. Snelheid komt vanzelf.

• Blijf doorspelen, ook als een akkoord niet helemaal goed klinkt. Het ritme is in het begin belangrijker dan een perfect akkoord.

Het ritme maakt het liedje

Met dezelfde drie akkoorden kun je heel verschillende liedjes spelen. Het verschil zit in het ritme. Begin met een eenvoudig slagpatroon: vier keer naar beneden per maat. Als dat goed gaat, voeg je slagen naar boven toe.

Leren via liedjes

Veel docenten beginnen tegenwoordig niet meer met theorie, maar met liedjes. Je leert akkoorden in de context van een nummer dat je kent en leuk vindt. Dat houdt de motivatie hoog. Aart Lameris werkt zo in zijn online gitaarles, waarbij notenleer niet nodig is.

Pak dus je gitaar, leer die drie akkoorden en kies een liedje. Grote kans dat je binnen een week je eerste nummer kunt meespelen.