KROMMENIE - De rechtbank heeft een 53-jarige man veroordeeld voor poging doodslag na het door elkaar schudden van zijn drie maanden oude baby. Dat gebeurde op 28 maart 2021 in Krommenie. De rechtbank heeft de man een celstraf opgelegd van 30 maanden, waarvan 22 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van vijf jaren. Doordat de man ruim acht maanden in voorarrest heeft gezeten, hoeft hij niet terug naar de gevangenis.

Schudden
De man verklaarde dat hij gek werd omdat zijn zoontje die ochtend meerdere keren had gehuild. Hij heeft zijn zoontje beetgepakt en met kracht tot zeven keer toe hardhandig met zijn hoofdje in een kussen geduwd. Daarna heeft de man zijn zoontje als een lappenpop heen en weer geschud, waarna hij zijn zoontje weer heeft teruggelegd op de bank. Ook heeft de man nagelaten 112 te bellen toen zijn partner daar om vroeg.

Oordeel rechtbank
De rechtbank vindt bewezen dat de man zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot doodslag van zijn zoontje en zij rekent dit de man zwaar aan. Het slachtoffer was als baby volkomen weerloos en bovendien volledig afhankelijk van de man die op dat moment voor hem moest zorgen. Bij een eerdere gelegenheid had de man zijn zoontje ook al eens hardhandig vastgepakt, bleek uit de verklaring van zijn partner. Zijn partner had hem toen gewaarschuwd dat de baby daardoor zou kunnen komen te overlijden. Ondanks zijn verstandelijke beperking was de man daardoor op de hoogte wat de mogelijke gevolgen kunnen zijn van dergelijk handelen.

Op grond van de bevindingen van het psychologisch onderzoek van de man heeft de psycholoog de rechtbank geadviseerd om de man het feit in verminderde mate toe te rekenen. De rechtbank heeft dit advies overgenomen. Ook heeft de rechtbank het advies van de reclassering overgenomen om de man een deels voorwaardelijke straf op te leggen en daaraan bijzondere voorwaarden te verbinden.

Strafmaat
De ernst van het feit rechtvaardigt in beginsel een gevangenisstraf van een langere duur dan de tijd die de man in voorarrest heeft gezeten, vindt de rechtbank. Maar de man wordt momenteel begeleid door de reclassering en houdt zich aan alle afspraken die hem worden gesteld. Hij is een behandeling gestart gericht op omgaan met zijn licht verstandelijke beperking. Ook zal een traject voor het leren van opvoedingsvaardigheden worden opgestart. De man en zijn partner willen samen verder en Jeugdbescherming is inmiddels betrokken bij het gezin. Onder begeleiding heeft de man ook weer contact met zijn zoontje, wat volgens zijn partner goed verloopt. Het opleggen van een langere gevangenisstraf zal dit onmiskenbaar doorkruisen. Dit vindt de rechtbank niet gewenst.

Daarom legt de rechtbank een deels voorwaardelijke celstraf op met een proeftijd van vijf jaren opdat de man zich niet nog eens schuldig maakt aan een strafbaar feit. Aan het voorwaardelijke deel van de straf zijn bijzondere voorwaarden verbonden, waaronder verplichte begeleiding door de reclassering en de voorwaarde dat de man zijn behandeling bij de Forensische Polikliniek voortzet.