ZAANSTAD - Sinds de noodverordening van kracht is in de regio Zaanstreek-Waterland zijn er door Buitengewone Opsporings Ambtenaren (BOA's) in Zaanstad twee boetes en 30 officiële waarschuwingen uitgedeeld. In totaal werden samen met de politie 21 boetes uitgedeeld. De BOA's van Zaanstad hebben vol ingezet op naleving van de richtlijnen zoals die in de verordening staan: 1,5 meter afstand houden en geen samenscholingen van 3 of meer personen die geen 1,5 meter afstand houden. De handhavers zijn langsgegaan bij winkelcentra, supermarkten, bouwmarkten en bij meldingen van samenscholingen op straat. Het algemene beeld is dat heel veel mensen zich houden aan de voorgeschreven richtlijnen.


"Het is goed om te zien dat de meeste mensen doordrongen zijn van de ernst van de situatie", zegt burgemeester Jan Hamming. "Veel mensen blijven thuis en winkeliers nemen vergaande maatregelen om hun personeel en hun klanten te beschermen. Ook op straat zijn we de afgelopen dagen weinig grote groepen tegengekomen. Ook onder jongeren lijkt het besef te groeien dat ook zij een rol spelen in het onder controle krijgen van het Coronavirus."

Noordverordening van kracht
Afgelopen donderdag werd de aangescherpte noodverordening van kracht. Daarna waren er in Saendelft, Poelenburg en het Burgemeester In 't Veldpark nog enkele groepen mensen aanwezig die op korte afstand van elkaar stonden en zaten. Hier heeft de gemeente, samen met de politie, tegen opgetreden. Het beeld van het weekend is dat het aantal samenscholingen flink afneemt. Dat neemt niet weg dat de gemeente en politie blijven inzetten op het naleven van de richtlijnen. Boetes variëren van 400 euro voor volwassenen en 95 euro voor kinderen onder de 18.

Ondersteuning Leerplicht
Vanaf maandag 30 maart gaan Zaanse leerplichtambtenaren de jeugdboa's versterken. Dat wil zeggen dat een leerplichtambtenaar samen met een jeugdboa een duo vormt en dat ze samen de straat op gaan. Deze aanpak levert meerdere voordelen op. Aan de ene kant verdubbelt het aantal mensen die de straat op gaan om jongeren aan te spreken en waar nodig te beboeten. Aan de andere kant komen leerplichtambtenaren rechtstreeks in contact met jongeren die buiten zijn. In gesprek kunnen ze bekijken in hoeverre schoolwerk op een goede manier gecombineerd wordt met de huidige situatie.